Nederlandse Kostuumvereniging

‘In ’t kleijn’. Uitzet in miniatuur

Marianne Havermans, deskundige in historisch textiel, vond tijdens haar werk in het Westfries Museum in 1986 meerdere uitzetten in miniatuur, zorgvuldig opgeborgen in dozen in het depot. Zo’n kleine uitzet werd niet voor een popje gemaakt, maar was bedoeld als oefening voor een echte uitzet. De afgelopen twintig jaar heeft Marianne de herkomst van en verhaal achter de miniatuurtjes in kaart weten te brengen, wat resulteerde in het boek 'In 't kleijn'.


De uitzetten bleken afkomstig van vijf meisjes die omstreeks 1840 in het Noord-Hollandse Venhuizen dicht bij elkaar woonden. Het dorp Venhuizen lag onderaan de dijk van de Zuiderzee, bij de stad Enkhuizen. De meisjes kenden elkaar uit de buurt en liepen samen naar school, een ruimte onder de toren van de kerk. De meisjes hebben op dertienjarige leeftijd een uitzet genaaid in miniatuur. Hun uitzetten in het klein zijn uniek te noemen. In Nederland en omringende landen is niets vergelijkbaars te vinden. Tussen 1930 en 1950 werden deze kleine uitzetten geschonken aan het Westfries Museum in Hoorn, het Zuiderzeemuseum en aan de Gemeente Enkhuizen.

De miniatuuruitzetten bestaan uit vijftig tot tachtig onderdelen naar de mode van ca. 1830 gemaakt, bestaande uit boven- en onderkleding, handdoeken, beddengoed en dekens,
waaronder een lappendeken. Drie meisjes naaiden baby uitzetten: kleertjes, luiers, doeken en ‘wiegengoed’. Op een met kant afgezette sloop met lakentje zijn een monogram en figuurtjes met kruissteekjes geborduurd. Een dekentje was een lapje wol en een lappendekentje werd genaaid van restjes bedrukte katoen.

Vanaf zestienjarige leeftijd begon een meisje in die tijd bij een naaister aan een eigen uitzet voor haar huwelijk, bestaande uit kleding, ondergoed en beddengoed. De uitzetten werden in vrouwelijke lijn bewaard en doorgegeven. Alle kleding voor man, vrouw en kind werd met de hand genaaid. Linnen, bedrukte katoen en wollen stof werden aan de deur gekocht van een Duitse reizende ‘lapjespoep’ of op een jaarmarkt.

Marianne plaatst de vondst in het licht van de geschiedenis van Nederland en West-Friesland tussen 1820-1860, de toen heersende mode, de tradities en de positie van de vrouw in die tijd.  Ze schetst tevens het leven in het dorp Venhuizen, de gezondheidszorg, veeteelt en landbouw, het onderwijs, religie en het milieu van de meisjes.

Marianne publiceerde in 1998 het fraaie boek ‘Aangekleed gaat uit. Streekkleding en cultuur in Noord-Holland 1750-1900’, inmiddels een standaardwerk op dit gebied. Zij heeft een achtergrond in modeontwerpen en kunstgeschiedenis en werkte in het Westfries Museum in Hoorn als vrijwilliger aan de textielcollectie. Ondanks langdurige ziekte lukte het haar deze nieuwe publicatie tot stand te brengen.

Marianne Havermans-Dikstaal, In ‘t kleijn, 2020
ISBN 978-90-813806-8-3
Prijs: €22,50, porto €4,50, totaal €27,00
Wilt u het boek bestellen, neem dan contact op met Marianne Havermans-Dikstaal via havermans@quicknet.nl