Diamanten ring en schoentje Maria Tesselschade opgegraven

Voor het eerst krijgt de Nederlandse dichteres en graveerster Maria Tesselschade Roemers Visscher (1594-1649) een gezicht. Hoe ze eruit zag is niet bekend. Maar sinds een archeologische vondst in de belangrijkste winkelstraat van Alkmaar, weten we wél hoe enkele van haar persoonlijke eigendommen eruit hebben gezien. In samenwerking met Erfgoed Alkmaar organiseert Stedelijk Museum Alkmaar van 15 juli tot en met 29 oktober een intieme tentoonstelling over Maria Tesselschade en de vondsten.


Tijdens archeologisch onderzoek na een brand werden in een beerput op het perceel waar Tesselschade woonde, fragmenten gegraveerd glas, een diamanten ring en een rijk bewerkt schoentje aangetroffen. De eigendommen geven een tastbaar beeld van een bijzondere vrouw. Behalve correspondentie en twee aan haar hand toegeschreven roemers in het Rijksmuseum zijn geen persoonlijke eigendommen van Maria Tesselschade overgebleven. Het diverse vondstmateriaal is, naast de vakgroep archeologie van de gemeente Alkmaar, uitvoerig bestudeerd door onder andere het Rijksmuseum, glas- en graveerexperts Anna en Kitty Laméris en juwelenhistoricus Martijn Akkerman. Zodoende hebben de gemeentelijk archeologen kunnen vaststellen dat de kostbare objecten met grote zekerheid van Maria Tesselschade Roemers Visscher zijn geweest.

Muze en rolmodel

Maria Tesselschade werd geboren in een welgesteld Amsterdams gezin. Haar vader, handelaar en scheepsassuradeur, voedde zijn kinderen op in een artistiek en intellectueel milieu. Al in hun jonge jaren maakten Maria en haar zus Anna kennis met de culturele elite. In hun ouderlijk huis kwamen schrijvers en dichters als Hooft, Vondel, Bredero, Huygens en Barlaeus samen om ideeën uit te wisselen over taal en literatuur. Ze trouwt uiteindelijk met zeeofficier Allard Crombalch (in 1623) en verhuist naar Alkmaar. De contacten met haar Amsterdamse schrijversvrienden blijven talrijk. Er wordt over en weer gelogeerd, ook bezoekt Tessel regelmatig bijeenkomsten op het Muiderslot om met kunstzinnige vrienden te discussiëren, te musiceren en voor te dragen uit eigen werk. Tesselschade wordt jong weduwe, maar hertrouwt ondanks haar vele aanbidders en aanzoeken niet. Ze blijft haar eigen keuzes maken, ook in het geloof. Zo bekeert ze zich op latere leeftijd tot het katholicisme, tot ontsteltenis van Constantijn Huygens. Hij schrijft daar nog een venijnig versje over.

Tesselschade Arbeid Adelt

In de negentiende eeuw gebruikte de eerste vrouwenbeweging van Nederland Tesselschade Arbeid Adelt haar zelfstandige en deugdzame eigenschappen als voorbeeld. Zij richtten zich op het economisch onafhankelijk maken van vrouwen, door middel van een opleidingsfonds en het verkopen van handwerkjes.